|
smid onmisbare gereedschap op zijn plaats
gebleven. Bijzonder is het aambeeld dat, 273 kg zwaar, nog staat op de
plaats waar het altijd heft gestaan. Daarnaast de inmiddels elektrisch
aangedreven boor- en slijpmachine, overigens nog steeds door banden op elkaar
aangesloten. Vuur.
Het vuur is er dus wel uit in Sondel maar het werktuig is er nog altijd. En
als het aan Homme Riemersma ligt, blijft het er ook. "Er zijn al heel wat
mensen geweest die het wel willen kopen. Laatst nog kwamen ze van de Aldfaers
Erfroute bij me. Maar zolang ik leef blijft het waar het is. Ik wil het niet
kwijt". Op het erf bij de werkplaats staat nog de oude paardenstal. Wrak en
krakkemikkig, maar nog steeds overeind. "Misschien wel honderd jaar
oud", zegt Riemersma die er in 1980 voor het laatst een paard besloeg.
Nadien bleef het stil in en rond de smederij. Er klonk geen hoefgekletter meer,
geen gehamer van de smid en het smidsvuur bleef gedoofd.
Familie.
Homme Riemersma is zijn leven lang smid geweest. Dat beroep nam hij over van
zijn vader die vlak voor de Tweede Wereldoorlog (1939) in Sondel een smederij
startte. Daartoe werd een oud schoolgebouw aangekocht aan de latere Jacob
Boomsmastraat. Het gebouw stond toch leeg en leende zich wel voor inrichting tot
smederij. "Mijn vader had toen een klein smederijtje in Sondel. In een
boerderij was hij al een tijdje bezig maar de ruimt werd te klein". De drie
lokalen tellende school bood voldoende ruimte en één van de lokalen werd tot
smederij ingericht.
Sondel was overigens niet de eerste vestigingsplaats van de Riemersma’s.
Homme werd geboren in Scharsterbrug. "Vader was toen smid bij Hollandia.
Hij besleg rijtuigen en repareerde motoren". Op 10-jarige leeftijd
verhuisde Homme naar Birdaard waar zijn vader een eigen smederijtje begon.
"We hadden er vijf jaar gewoond toen we naar Sondel kwamen". Spijt
daarvan heeft Homme Riemersma nooit gehad hoewel hij ook aan die tijd goede
herinneringen bewaart. "We woonden aan de Dokkumer Ee, vlakbij de molen De
Zwaluw. Die is al eens afgebrand". Maar het kleine en knusse Sondel stal
zijn hart. "Naar de koude klei van Birdaard zou ik niet meer terug
willen".
Rijksdiploma.
In Sondel begon de smederij pas goed te draaien. Homme trad weldra in de
voetsporen van zijn vader en hielp als jongen al mee. Hij ging in Sondel naar
school en volgde in Sneek zelfs een speciale opleiding die hem het ‘rijksdiploma
hoefsmid’ bezorgde. In het bedrijf van zijn vader kwam hem dat goed van pas.
Hoewel, ook aangeboren talent, hielp hem in het zadel. Want de smederij in
Sondel bereikte in korte tijd bekende naam. Tot ver in de provincie wist men wie
de smid in Sondel was en vanuit alle hoeken stroomden opdrachten binnen.
"In de zomer hadden we het heel druk", herinnert Homme zich,
"het beslaan van paarden was dan orde van de dag". Soms stonden boeren
al vroeg in de morgen bij de smid voor de deur. "Een knecht werd dan met
het paard naar ons toegestuurd. Voor de boer was het melkerstijd en in de tijd
die daarmee opging moesten wij het paard beslaan. Was het melken klaar, kon het
paard weer voor de wagen".
Honderden paarden heeft Homme Riemersma in zijn lange loopbaan als smid,
onder handen gehad. Een vakkundig en ambachtelijk werkje waar vandaag de dag
niet veel meer van over is. "Het was wel zwaar en soms heel warm
natuurlijk. Maar je kreeg altijd een mooi resultaat en dat maakte veel
goed".
Winter.
In de winter richtte de smederij zich vooral op andere ijzerwerk. Oude wagens
werden beslagen en ijzeren riemen om de houten wielen gelegd. Ook dat was een
nauwkeurig werkje.
De ijzeren hoepels werden tot roodgloeiend ‘opgewarmd’ en dan om het wiel
gelegd. "Ze waren dan 2 cm ruimer geworden. Het geheel liet je vervolgens
in het water zakken. Je hoorde dan een klap van het krimpen en het ijzer zat
muurvast". Vakwerk. Dat, en niets anders, was het doel van Riemersma.
"Er kwam eens iemand met een wagen waarvan de hoepels kapot waren, bij ons.
‘Die hebben jullie er om gezet", beweerde de eigenaar. Maar toen ik hem
op een las wees, praatte hij wel anders. Dat is prutswerk".
De paarden werden in een speciale stal op het erf van Riemersma beslagen. Met
het rokende smidsvuur werden hier heel wat hoefijzers aangemeten. In 1980 was
het paard van dorpsgenoot Jouke Smits het laatste. Daarna bleef de stal leeg en
versoberde snel. Het ‘monument’ uit het smidsleven van de Riemersma’s
kreeg enkele jaren geleden een nieuwe versie aan de overzijde van de Jacob
Boomsmastraat. Vanuit zijn woonkamer kijkt Homme Riemersma er opuit. Hij vindt
het wel mooi dat de stal als bezienswaardigheid op het pleintje voor de kerk is
neergezet. Maar kritiek heeft hij ook. "Ze hadden beter deze oude kunnen
opknappen", moppert hij een beetje. Bovendien is de nieuwe versie niet
authentiek. "De achterste balk zit te laag waardoor de achterpoten van een
paard er niet op beslagen kunnen worden".
Nadat Homme Riemersma in 1980 met pensioen ging, stopte de smederij. Er was
geen opvolging omdat de kinderen allemaal iets anders kozen. Zoon Bouwe uit Balk
heeft het nog wel een tijdje geprobeerd maar had het niet in de vingers en werd
postbode. Nu, 17 jaar later, staan de attributen, die ooit voor veel gekletter
en gespetter zorgden, zwijgzaam in de oude werkplaats. Een herinnering aan een
ambachtelijke smederij.
|