| De Delbuursterweg is lang, de huizen staan op grote onderlinge afstand.
Ergens hier moet professor Lense Koopmans wonen. De vraag waar, wordt door een
passerende vrouw beantwoord. ,,Altyd mar rjochttroch, dan komme jo fansels in
prachtich hûs tsjin en der wennet Koopmans". Het klopt. Het huis is
prachtig. Het is een ontwerp van Sibble Haarsma. Het kan niet missen, dit moet
het huis van Lense Koopmans zijn. Binnen hebben ouderwetse boerderijkleuren de overhand. Op een kast staan de
portretten van zijn dierbare kinderen, kleinkinderen, ouders, studiegenoten,
oud-collega’s. aan de muur hangt een prachtig schilderij van een koppel
koeien. Koopmans verloochent zijn afkomst niet al zal hij ontkennen vervuld van
nostalgie te zijn. En een romanticus is hij ook niet. Telefonisch liet hij al
weten eigelijk een saaie man te zijn. Het zou volgens hem ook een hele toer
worden een aardig stukje over hem te maken.
Het oude blauw en rood en groen en de koeien aan de muur mogen dus niet in
verband worden gebracht met de ouderlijke boerderij achter Nanningasluis tussen
Oosterwolde en Donkerbroek. Hij bewaart er overigens wel hele beste
herinneringen aan. Koopmans: ,,Ik kom uit een heel fijn gezin, ik heb een
prachtige jeugd gehad. Het kon niet beter.
Heit was boer op de plaats waar nu broer Arend boert. Heit was een man van de
coöperaties. Vrijwel nooit heeft hij zoon Lense lovend toegesproken tijdens
diens lange en zeer succes volle carrière. Eenmaal slechts, toen Lense lid werd
van de Raad van Beheer van de Rabobank. Toen zei hij: ,,Dat is het mooiste wat
een boerenjongen kan overkomen." Lense Koopmans glimlachte warm bij het
ophalen van die herinneringen.
Arend werd dus boer en Koopmans’ andere broer Gerard volgde het Cios. Zelf
stond Koopmans een aantal jaren in het doel van Dio Oosterwolde, maar Gerard die
kon pas echt voetballen. ,,Zo hard die kon schieten, uit stand nog wel." Nu
is Gerard planner bij het transportbedrijf Jan Krediet. Boer, planner,
hoogleraar. Heit en mem Koopmans hadden zonen in soorten.
Lense Koopmans: ,,Ik moet het op de lagere school aardig hebben gedaan, want
ze vonden dat ik naar het lyceum moest." In Drachten rolde hij vlot door
alle klassen en haalde gymnasium B. De jonge Koopmans koos scheikunde als
studierichting. ,,Maar eenmaal in Groningen boeide het vak me niet meer, ik had
geen geduld voor het practicum. Ik wist het na een week al. Dit wilde ik niet.
Ik lag een nacht te worstelen met de keuze tussen de sportacademie en een
rechtenstudie."
Het was de latere notaris Simon Slagman, die Koopmans nog van het Drachtster
Lyceum kende, die de doorslag gaf. Slagman pochte van de rechtenstudie en vooral
van professor Jan Pen. Koopmans volgde Slagman en vraagt zich nu nog wel eens af
wat er van hem geworden was als zijn oude schoolmakker hem niet overgehaald had.
Pen bleek zijn inspirator, vier jaar later deed Koopmans zijn doctoraal examen
en weer drie jaar later promoveerde hij, 25 jaar pas, tot doctor in de
rechtsgeleerdheid bij Pen.
Hij heeft zich wel eens afgevraagd of hij zondagskind was. Zo vaak op het
goede moment op de goede plaats. ,,En niet omdat ik het altijd opzocht. Ik heb
gewoon veel geluk gehad. Na mijn studie belde omke Anne. Anne Vondeling, die was
toen minister van financiën. Of ik bij hem op het ministerie wilde komen
werken. Vondeling was omke Anne, omdat hij in de oorlog bij ons op de boerderij
ondergedoken is geweest."
Hij was nog maar 29 jaar, toen Lense Koopmans hoogleraar aan het
Erasmusuniversiteit in Rotterdam werd. De lange blonde Fries was de ‘brght
young man’ onder de economen in de jaren zeventig. Koopmans: ,,Het ging snel,
misschien wel te snel, denk ik nu wel eens. Je ziet het in de sport ook wel
eens, dat jonge talenten te snel komen. 55 ben ik nu nog maar en ambities heb ik
eigenlijk niet meer. Nou ja, de ambitie om mijn leven naar mijn eigen zin in te
richten."
Na zijn hoogleraarschap was hij drie jaar plaatsvervangend directeur-generaal
van de rijksbegroting, terug dus op het ministerie van financiën. Vervolgens
werd hij lid van de Raad van Bestuur van Ogem en dat zou niet zijn meeste
succesvolle periode worden. Het zondagskind achter Nanningasluis zat het ook wel
eens tegen. Maar daarna, als president-directeur van de uit Ogem voortgekomen
TBI-Holdings, pakte Koopmans de draad weer op.
|
|
Het gesprek vindt plaats op de middag dar de nieuwe minister door de
koningin beëdigd wordt. De vraag dringt zich op: had Lense
Koopmans niet op de trappen van het bordes moeten staan? Hij lacht en zegt: ,,Ik
ben geen politicus, nooit geweest ook. Ik ben al jaren geen lid meer van en
politieke partij. Dat ik een paar jaar lid van de Partij van de Arbeid ben
geweest, kwam door omke Anne, die wou dat graag. Maar het heeft niet lang
geduurd, het NAVO-standpunt van de PvdA stond me niet aan."
,,Nadien ben ik nog wel eens door de partij benaderd, maar ik hou niet van de
politiek. Als je je elke dag wilt laten beledigen dan moet je in de politiek
gaan. Het is me te vrijblijvend. Er wordt wel eens geroepen maar ze zijn zo
zelden doordrongen van de impact van hun beslissingen. Ik heb ministers
geadviseerd, ik heb op het ministerie gewerkt. Misschien heb ik met wat ik nu
doe af en toe evenveel invloed al een minister."
,,Bij elk economisch probleem stel ik mezelf twee vragen: Wat kost het? Wie
betaalt het? Meer niet, niks geen sociale invalshoek. Ik mis elke vorm van
bevlogenheid. Daar schiet niemand iets mee op. Ik leg de medicijnstudent uit dat
hij het geld dat hij als doctor uitgeeft, maar eenmaal kan uitgeven. Dat hij dus
keuzes moet maken. Dat raakt het ethische, maar daar bemoei ik me niet mee.
Artsen geven in Nederland gezamenlijk per jaar ƒ 100 miljoen uit aan
behandelingen, medicijnen, zorg en uitkeringen, honderd miljoen is me een
bedrag.en ik probeer die studenten uit te leggen dat ze dat samen doen. Ik leg
hen uit wat de financiële gevolgen van hun beslissing zijn.
|
| "De
commissariaten en het hoogleraarschap doet Koopmans sinds twee jaar vanuit
Sondel. In Elslo had hij eerst een boerderijtje op het oog, maar het werd
Sondel. In een uur en een kwartier is hij in de randstad, soms overnacht hij in
een hotel, maar liever slaapt hij thuis. Voor het grote publiek is hij liever
anoniem, publiciteit houdt hij af. ,,Omdat ik het niet nodig heb. Ik ruin geen
bedrijf dat reclame nodig heeft, ik ben geen artiest die het van de publiciteit
moet hebben. En ik ben ook geen receptietijger, ik hou niet van recepties."
In Sondel vindt hij de anonimiteit. ,, Hier ben ik Lense Koopmans,
dorpsbewoner, niet meer, niets minder en daar hou ik van. |
|

Vorige bewoner op dit adres was Harmen Thiebaudier en
deze was veehouder. 1995 afgebroken |