|
Sondel. De
huisdeur en de schuurdeuren zijn los maar verder lijkt het alsof er niemand
thuis is. Dan brengt een dochter, die aan de andere kant van de grote boerderij
aan de Delbuursterwei woont de oplossing. Ze loopt voorop de grote schuur in en
daar om de hoek van de deur vinden we Wiebe Brouwer, temidden van pakken hooi,
stro en bundels rietgras.
Brouwer
heeft voor deze gelegenheid zijn blauwe boerenkiel aangetrokken, compleet met
rode doek om de hals. Hij woont al zestien jaar in de Zuidwesthoek en toen hij
stopte met actief boeren ging hij zich bezig houden met het vlechten van
eendenkorven.
‘Ik heb het geleerd als jong ventje van een jaar of acht. Bij ons
thuis in Aldeboarn kwam er altijd een oude man en die heeft mij de kennis en het
ambacht geleerd. Ik vond het altijd zo mooi wat die man deed dat ik het heel
graag ook wilde leren.’
Jarenlang heeft Wiebe er niets meegedaan omdat tijd hem ontbrak. Nu is hij
alweer heel wat jaartjes bezig met het maken van niet alleen eendenkorven maar
ook plantenmandjes, eiermanden en passend bij deze tijd kerstklokken. Deze
verkoopt hij voor een zacht prijsje op kerstmarkten. Het weekend van 10 en 11
december is er weer een kerstmarkt in Bant waar Wiebe aanwezig is. ‘Een van mijn
dochters die versiert ze dan met linten en andere frutsels. Kerstgroen en zo
meer. Na de kersttijd kun je aan de klepel ook een vetbol hangen voor de vogels,
dan buiten in de boom. Zie maar daar hangt er één.’
Hij wordt regelmatig gevraagd om te komen demonstreren soms gaat Wiebe op deze
verzoeken in. ‘Ik kan niet altijd en ik wil ook niet altijd want anders hou ik
geen tijd over om dingen te maken. Nu ben ik al weken bezig met de kerstklokken,
straks weer de eendenkorven en dan de mandjes voor de (paas-) eieren en de
voorjaarsbloemen, daarna allerlei mandjes voor sierkalebassen.’
Dat het een uitstervende bezigheid is vindt Wiebe best een beetje jammer, maar
tegelijk haalt hij laconiek zijn schouders op. ‘Alhoewel mijn jongere broer, hij
is 60 en ik ben 77, zich er ook mee bezig is gaan houden. Ik heb het hem
geleerd. Maar verder zit er onder de kinderen en de dertien kleinkinderen
niemand die tot nu toe de ambities heeft getoond het ook te willen leren. Ze
vinden het wel allemaal mooi wat ik doe. Maar je moet echt wel heel fanatiek
zijn want anders heeft het geen zin.
Er
wordt mij ook wel eens gevraagd of ik niet een soort cursus wil geven maar dat
gaat me te veel tijd kosten en bovendien is het toch wel tamelijk zwaar werk. Je
hebt een hele bos rietgras nodig voor een korf. Rietgras met witte pluimen is
het beste riet. Veel van dit speciale riet vind je in Overijssel en het moet in
augustus al worden gemaaid.’
Het lijkt er even op alsof Brouwer, sinds hij boer-af is, zich alleen nog maar
met korven vlechten bezighoudt, maar schijn bedriegt.
Naast het vlechtwerk is hij ook lid van het Lemster mannenkoor. ‘Binnenkort
hebben we een jubileum vanwege het 45-jarig bestaan.
Er komt een DVD uit en er is een optreden van ons met Rients Gratema.’
Sportiviteit kan Wiebe ook niet ontzegd worden, want merkt hij op: ‘graag mag ik
in de wintertijd als er ijs ligt even proberen nog een baantje trekken.’
Bron: Balkster Courant 12 dec. 2004
Door: Tine Hekker
|