Eppinga  opent jongensdroom: Gaasterlands Streekmuseum

De jongensdroom van veehouder en rentenier Willem Eppinga uit Sondel gaat zaterdag 18 juni in vervulling. Dan opent hij op Eppinga Sate aan de Jac. Boomsmastraat 52 het Gaasterlands Streekmuseum. Het museum is een kennismaking met het boerenleven van begin vorige eeuw tot heden.
In de monumentale boerderij waar Eppinga geboren en getogen is, snuift de nostalgie van het boerenleven op.
Het woongedeelte, hoewel dat niet open gaat, voor publiek, is al een stap terug in de tijd.
De conservator van zijn eigen levenswerk toont de oudste bedstee waarin zijn ouders sliepen en waar hij ooit in de kribbe lag.
,,Sjoch der lizze de bűsdoeken fan heit en mem”.
Het bed is zo mooi opgemaakt, alsof het nog dagelijks gebruikt wordt. ,, Alle acht broers en sussen binne hjir berne.”

Aan de tafel in de serre met uitzicht over de oude Sondeler polder richting het IJsselmeer verteld Eppinga over zijn passie; het verzamelen van oude landbouwwerktuigen en gereedschappen. ,,Dat is al as jonkje begien.

Ontvangsruimte
Ik sammele fan alles: potten, munten en ark. Myn sliepkeamer wie al in museum.” Als boer in een maatschap met broer Jelte maakte hij later tijd vrij om veilingen te bezoeken en rond te kijken op markten. Met acht kinderen vergde het gezin ook echter tijd. Helemaal toen zijn vrouw al vroeg kwam te overlijden. ,,Doe stiene de bourkerij en it gezin fansels wol op it earste plak.”

Het meest in het oogspringend voor zijn landbouwverzameling is een houten hooischudder uit begin twintigste eeuw. ,, Der is nog mar ien fan oer en dy stiet hjir”. Zegt hij glimlachend. ,,It moaie is: ik ha it allegear sels by inoar skarrele. Der sit ek wol wat famyljespul by, mar dat is de aardigheid.”Eppinga had ook geluk dat zijn ouders erg zuinig waren en nooit wat weg deden. ,,Sa ha ik alles ύt de tiid fan heit en mem. Se bewarren alles op de hoksouder. Sa hie ik in moai begjin.”

Eppinga heeft overigens niet alleen oog voor landbouwhistorie. Hij tikt ook menig Statenbijbel op de kop. Eentje uit de zestiende eeuw met een koperbeslag noemt hij zijn topstuk. Hij heeft ‘m niet in huis. In het museum is wel een bijbelkist te bewonderen. Eppinga had nog nooit van het bestaan gehoord, maar liep er op een veiling tegenaan. De kist heeft een passend plekje gekregen op de uit de zeventiende eeuw daterende avondmaalstafel uit de kerk van Sondel en staat in de ontvangstruimte van het museum.


Op de voorgrond een oude schoolbank
Aan de tafel in de serre filosofeert Eppinga over zijn verzamelgenen. Hij betreurt het dat zijn voorvader, die in de zestiende eeuw als pastoor meeging met de Reformatie van Luther, die niet had. ,,Wat hie it moai west as dy Eppinga yn 1500 al in museum begien wei.
Dat hie nefens my wol kind, want hy wie pastoar en letter dűmny en hie wol jild. Hy koe ek skriuwe. Sjoch, fan in earme arbeider ut dy tiid mochten je dat net ferwachtsje…”

Eppinga maakt er een sport van om zo goedkoop mogelijk aan de uitbreiding van zijn collectie te komen. ,,ik sjoch it as in ynfestering en dan keapet it al lichter”, zegt Eppinga, die als 67 jarige nog twee maaldaags de koeien melkt op het nieuwe bedrijf van zoon Jacobus waarmee hij in een maatschap zit.
 ,,Ik bin heal boer en rentenier.”Met het openen van zijn museum gaat niet alleen een jongensdroom in vervulling, maar was er ook altijd iets om naar uit te kijken voor de naderende rentenierstijd. ,,Sa hâlde jo in doel, earne om út te sjen.”Het museum heeft ook iets idealistisch, stelt Eppinga. ,,It jongfolk wit net safolle mear fan de lânbou. Foar harren is it ynteressant om de skiedenis te sjen en hat it in edukatyf doel. In museum hat fansels ek de funksje fan it bewarjen.”


De museumhouder houdt niet alleen passief de landbouwgeschiedenis in ere. Hij spant regelmatig een Fries voor de sjees om met dochter Anthonia mee te doen aan ringrijderijen. Prijzen, zoals de ‘gouden swipe’ gewonnen met een maximum score van 80 punten in Joure zijn eveneens te bewonderen in het museum. Overigens is niet alles te zien uit de collectie van Eppinga. ,, Je moat ek nochris wat wikselje kinne.”
Het wordt tijd om een rondje te doen. ,,Tink om ‘e holle, wijst hij op de lage doorgangen. Eppinga heeft geďnvesteerd in een nieuw sanitair blok inclusief een invalidentoilet.
In de stallen van de ‘âld pleats’ liggen de kleine werktuigen uitgestald. Bij de nieuwe Hollandse stal is een ontvangs-truimte gerealiseerd, waar veertig bezoekers ontvangen kunnen worden.

Een plek voor lezingen of educatiedoelen in een ambiance van het rijke boerenleven, met porseleinkasten en schilderijen. Eppinga wijst op een schrift in een kast dat van zijn moeder was. Daarin schreef ze wat ze kreeg bij het in ondertrouw gaan. Eppinga kan wel uren praten over alle voorwerpen met hun geschiedenis, bijvoorbeeld over de kindertafel die hij van zijn zus kreeg.

 
Willem met dochter Anthonia op de sjees
De tafel is honderd jaar oud. Of het doopvont uit de kerk van Oudemirdum waar het water in zat waar zijn kinderen mee gedoopt zijn. Het schapenmelkers emmertje van hout, wat de Eppinga’s gebruikten, maar ook zijn eerste kinderfietsje. ,,It hat my wol trije fietsen kost om it hjir te krijen.” De fiets staat vlakbij het schoolbankje uit zijn klas.
 
Tussen de landbouwwagens, staan stoelen, zodat bezoekers het rustig op kunnen nemen. ,,Dan bliuwe de minsken langer.”Bij de wagens staan kaartjes met gegevens over de voertuigen, zoals: hooiwagens, melkwagen, houtwagen, bietenwagen, strowagen, begrafeniswagen, mestwagen, sleepwagen en niet te vergenten de houten hooischudder.

De oude landbouwwerktuigen staan er niet alleen maar te staan . Voor bijzondere gelegenheden en optochten wordt er nog wel eens een paard voor gespannen.
Eppinga ziet uit naar de komst van gasten.
Zijn landbouwmuseum heeft de ideale locatie vindt de conservator. ,, As je hjir út de auto stappe dan sjogge je de hinnen en rűke je it boerelibben. It past allegearre byinoar.”



 

 
Tonnen op de bolderwagen met een schoon laken overheen om in de slachtmaad het vlees op te halen.
         
      Balkster Courant, 9 juni 2011
Door: Cees Walinga
 
                     
Grote belangstelling bij opening streekmuseum
 

Wie mooi weer verdient, die krijgt het, wordt er wel eens gezegd. Het zag er voor de opening van het streekmuseum niet al te best uit wat betreft de weersvoorspelling. Pyt Paulusma voorspelde veel, heel veel regen en een harde wind.

De dag er voor koste deze voorspelling Willem Eppinga enige zweetdruppels, hoe dit op te lossen. Jaren en jaren hier naar toe geleefd en nu zal het weer spelbreker zijn bij de opening.
In eerste instantie zou het openingwoord buiten worden gehouden en daar zou de Eppinga-vlag worden gehesen. Dus ja waar laat je al die bezoekers, de ontvangstruimte was daarvoor te krap en de vlag kan dan zeker niet worden gehesen.

Willem had aardig wat uitnodigingen verstuurd en de media-pers had op volle toeren gedraaid.
Feike die het openingwoord zou verrichten en al menig overleg met Willem hield, had buienradar al een aantal keren geraadpleegd en kijk, na één uur geen vuiltje meer aan de lucht.
Om twee uur stond het achter de boerderij al zwart van de bezoekers en was het prachtig weer. Ja het waaide wel stevig, maar tussen het geboomte en de boerderij was het lekker ‘smoek’.
 

 
Bij de opening door Feike Samplonius refereerde hij even aan de historie van de Eppinga Sate en de grote verzamelwoede van Willem Eppinga.
Van jongsaf aan heeft dit verzamelen er al ingezeten, de ouders gooiden nooit iets weg en Willem borg dit alles op in een hok of solder, voor later, ja later dan….
Hierna sprak de voorzitter van de Afron een woordje over de tomeloze verzameling van Eppinga. Nog steeds krijgt en haalt Willem oud ´ark´ op of binnen. Laatst nog een handbediende aardappelpootmachine van veehouder Jurjen Draaijer van Hooibergen. Zijn pake had deze nog gebruikt. In die tijd had men een gemengd bedrijf.

De voorzitter van de solexclub ‘Altijd onderweg’ waar Willem lid van is sprak ook even een woordje, hoe Willem soms kon verdwalen bij een rondrit met zijn solex, iedereen op zoek naar hem, zat ie (niet altijd) al lang en breed op de eindbestemming aan de soep.
   
Frans Veltman van de gemeente Gaasterland stak Willem een hart onder de riem en vertelde dat Gaasterland-Sleat de mooiste gemeente van Nederland is. En hoopte dat Willem een fijne tijd krijgt met zijn streekmuseum om dit aan een ieder te laten zien.
De Eppinga-vlag met zijn kleuren werd met alle ceremonie gehesen door Feike, een eer die hem toekomt.
De kleuren groen, wit en paars symboliseren resp. Gaasterland, het geloof en de Gelderse heide (waar Ali Eppinga-van 't Veen oorspronkelijk vandaan kwam).

Na de speechen naar binnen, gastenboek even tekenen en Willem een hand geven met daarbij alle goeds wat wenselijk is voor zijn streekmuseum en dan een lekker bakje koffie en een stukje taart uit handen van de kinderen van Eppinga die verkleed waren in Fries klederdracht.
Twee uur later was het nog steeds een komen en gaan van bezoekers. Op het erf was parkeerruimte gemaakt voor de auto’s wat snel vol was en vervolgens stonden de auto’s Piet Trinks voorbij.
En op het erf stond menigeen fietsen.
 

Daar het nog steeds mooi weer was kon een ieder in en uit lopen. Buiten stonden ook een aantal oude machines opgesteld.
Binnen stonden de oude landbouwmachines, vele soorten bolderwagens en veel oud ‘ark’ gerangschikt opgesteld om te bekijken. Boven elk stuk ark hing een A-4 waarop stond hoe een dergelijke machine werd gebruikt op het bedrijf of daarbuiten.
Ook het nostalgische boerenleven van zijn tijd stond er op afgebeeld.
Het voerpad waarop voorheen de blokken kuil stonden liepen nu de bezoekers en belangstellenden de grote verzameling te bewonderen.
Ook in de ontvangstruimte was veel oud antiek te bekijken.


Willem heeft overweldigend veel bloemen mogen ontvangen van de meer dan 300 bezoekers op deze dag.
Op een later tijdstip maar eens rustig met Willem over het voerpad lopen om het bezienswaardige ‘ark’ door te nemen waarover hij lyrisch kan praten en daarbij even terug te mijmeren over de goeie ouwe tijd.

Riedo.nl 18 juni 2011

Openingstijden van het streekmuseum

 

Kwast en koek in boerenmuseum
 

Sondel – Stormlopen is wat overdreven. Maar dat streekmuseum Eppinga Sate op de grijze golf in Gaasterland aantrekkingskracht uitoefent, staat wel vast.

,,Ik bin noch mar in wike as wat iepen, mar se witte it hjir no al folop te finen”, zegt Willem Eppinga. Alleen al op de openingsdag kreeg hij ruim 450 kijkers over de boerderijvloer.
nu verwelkomt hij op het erf aan het begin van deze middag een tiental bezoekers. ,, It is trije gűne de man, bern heal jild”, zegt de 68-jarige Sondeler. ,,Mar dęr sit it bakje kofje, tee of gleske kwast, it stik koeke én de bonbon bij yn, hear!”

Die moeten dan maar meteen worden genuttigd, vindt de fietsgroep die neerstrijkt in het ruime zitgedeelte. Terwijl een vrijwilligster serveert en nieuwkomers binnendruppelen, vertelt Eppinga over het tentoongestelde zilverwerk, serviesgoed, antiek meubilair en kunstvoorwerpen.
Een poosje later zwaait hij de deuren naar de lange stal open. Vaag ruikt het er nog naar koe. Dat moet ook lekker zo blijven, vindt de oud-veehouder.
Als de geur verder wegtrekt, kan hij altijd nog om een ‘boodschap’ gaan bij z’n zoon, die het familiebedrijf in een nieuwe ‘pleats’ elders in het dorp heeft voortgezet. Daar staan de dik tachtig koeien die hier vier jaar geleden nog huisden.

Op hun plaats in de stal van de sfeervolle state zijn nu ark en reau’ uitgestald. Een Friese sjees, uiteenlopende types boerenwagens, landbouwwerktuigen en gebruiksvoorwerpen uit het agrarische leven van weleer. Ook zij een op- en woonkamer en het stookhok-waarin het gezin ’s zomers leefde-ingericht. Overal hangen foto’s en verklarende teksten bij. ,,Dit binne myn dochter en ik”, wijst Eppinga. De foto toont de twee op de paardensjees, gestoken in Fries kostuum, tijdens een ringrijderij.
Ze wonnen heel wat prijzen. Ook deze zomer komen ze hier en daar in Friesland geregeld in actie.

Voor een rustend boer is Eppinga wel erg actief. ,,Fan hobby’s wurdst noait wurdich”, verklaard hij. Stilzitten was toch al nooit wat voor hem. Zijn vrouw overleed op betrekkelijke jonge leeftijd. Het opgroeiende gezin, de maatschap met zijn broer. Ze vroegen van hem veel tijd.
 

,,En dochs, as der eefkes in momintsje wie, gie ik nei in boelgoud of feiling. As jonge al bewarre ik it âlde spul”, zegt Eppinga. Hij sloeg ze op in een hoek van de schuur, op zolder en in lege slaapkamertjes.

,,Altiten mei de bedoeling en lit de samling ea hjir op Eppinga Sate oan it publyk sjen. De minsken, âld mar ek jong, fine dat nostalgyske moai. Fan dit streekmuseum is ferlet. Dat docht no wol hiel dúdlik bliken”.
           
  Bron: Leeuwarder Courant
Door : Willem Altena
28 juli 2011